Hoofdmenu

Random image

229179387_5_xNMM.jpg.jpg
Maria-altaren van Otto en Hans Mengelberg PDF Print E-mail
Geschreven door S.van Daal   
woensdag, 01 oktober 2008 18:46

    

Otto Mengelberg (1868-1934) werkte aan zeker drie Maria-altaren van hetzelfde type. Geen veelluik of het gebruikelijke retabel, maar een monumetaal geheel van een tombe met een retabel waarvan het middelpunt een nis vormt met daarin een zittende Maria met Kind, omgeven door ronde reliëfs met episodes uit het leven van Maria. Het geheel wordt geflankeerd door zijtorens met pinakels en baldakijnen met daaronder beelden. De bekroning wordt steeds gevormd door een kruisbloem en tussen hoekpinakels en kruisbloem zijn geknielde engelen geplaatst. Twee van de drie exemplaren werden uitgevoerd in witte kalksteen. Het derde exemplaar in hout.

De stenen altaren werden vervaardigd voor de St.-Martinuskerk te Groningen (P.J.H. Cuypers, 1895, gesloopt 1982) en de O.L. Vrouw ten Hemelopneming aan de Biltstraat in Utrecht (Alfred Tepe, 1893-1894, gesloopt 1972). In de St.-Bernulphuskerk in Oosterbeek (Alfred Tepe, 1884-1885, vergroot door Wolter te Riele, 1922-1923) was het houten altaar opgesteld.

Van dit type Maria-altaar bleef er geen geheel bewaard. Beide grote stadskerken werden afgebroken en daarbij werden de monumentale altaren ook niet ontzien. In de tijd van de sloop was er door de veranderde liturgie en opvattingen over de inrichting van een kerkgebouw weinig belangstelling voor herbestemming. Slechts fragmentarisch bleven zij bewaard. Van het Utrechtse altaar werden het Mariabeeld en de medaillons met episodes uit Maria's leven gered. De ze kwamen terecht in de Utrechtse St.-Catharinakathedraal. Enkele jaren geleden werden zij daar herplaatst in een devotiekapel, in een speciaal daarvoor verwaardigde opbouw die de vorm heeft van het oorspronkelijke altaar.

Utrecht en Groningen 

    

Gezien de bouwjaren van de beide kerken in Utrecht en Groningen en de treffende gelijkenis van beide altaren is het aannemelijk dat beide altaren niet lang na de bouw van de kerken zijn gerealiseerd. Het altaar in Utrecht was waarschijnlijk groter opgezet omdat de O.L.Vrouwekerk een hallenkerk was waarvan de zijkapellen even hoog waren als het koor. Dit in tegenstelling tot de basilicale St.-Martinuskerk in Groningen. Hoewel de opzet in grote lijnen hetzelfde is, zijn er ook verschillen. Zo zijn in Groningen alleen aan de voorzijde van de hoektorens beelden aangebracht, terwijl in Utrecht ook zijwaards gerichte beelden stonden. 

Telkens is in het middelste medaillon, midden boven het Mariabeeld, God de Vader met Geestesduif uitgebeeld. Verder werden de opdracht in de tempel, het huwelijk van Jozef en Maria, de annunciatie, de visitatie, de tenhemelopneming en de kroning van Maria verbeeld.

     

In de tombe van het altaar in Utrecht waren drie achterglasschilderingen verwerkt waarvan er een zeker Esther voorstelde en een van de andere waarschijnlijk Ruth. Het eveneens door Mengelberg vervaardigde Jozefaltaar voor de Utrechtse kerk bevatte soortgelijke achterglasschilderingen. Deze bevinden zich in de collectie van het Catharijneconvent. Schilder was Nic. Poland (1862-1949). De schildering van Esther is in particulier bezit.

 

Oosterbeek

In Oosterbeek kwam het altaar tot stand in 1922, dus bij de uitbreiding van de kerk door architect Wolter te Riele. Het werd ontworpen en vervaardigd door Otto en Hans Mengelberg (1885-1945), en was een geschenk van een Oosterbeekse familie.  Het ontwerp wijkt zowel in materiaalgebruik als in vorm iets af van de altaren voor Utrecht en Groningen. De nis voor het Mariabeeld is niet rondbogig, maar mandorlavormig en in de omringende rand met medaillons is ook een kruisvorm uitgewerkt. Het altaar verdween met de liturgievernieuwingen, maar de ontwerptekening bleef bewaard en prijkt naast de resterende onderdelen van het altaar waarmee een nieuw Maria-altaar is gevormd.

 

In 1992 werd gepoogd de ontbrekende gepolychromeerde reliëfs, die vermoedelijk in particulier bezit zijn, terug te krijgen. Op een plexiglas plaat achter het  Mariabeeld zijn de medaillons schetsmatig uitgebeeld waardoor een idee van de oorspronkelijke opzet wordt gegeven. In 1995 werd deze reconstructie gerealiseerd en werd het Maria-altaar in de huidige gedaante gewijd.

Wat resteert van het Maria-altaar van Otto en Hans Mengelberg zijn de reliëfs uit de tombe: het kerstverhaal en halffiguren van Ruth en Ester, de zittende Madonna en de beelden van de heilige Anna en Joachim, de ouders van Maria. 

Laatst aangepast ( vrijdag, 09 maart 2012 11:02 )
 
 
Banner