Hoofdmenu

Random image

363548179_5_trm0.jpg.jpg
Woningbouwcomplexen van Stuyt en Cuypers PDF Print E-mail
Geschreven door S.van Daal   
vrijdag, 18 april 2008 10:04

Woningbouwcomplexen van Stuyt en Cuypers

Jan Stuyt en Jos. Cuypers waren verantwoordelijk voor de ontwerpen van de huizen van ‘Ons Limburg’ uit het tijdsvak 1911-1924. Stuyt bouwde circa 3000 woningen in de gehele mijnstreek, vaak in samenhangende stedenbouwkundige structuren, aangepast aan de aard van het terrein, doorspekt met openbaar groen. De vormgeving van zijn huizen is zeer herkenbaar: gepleisterde gevelvlakken, rondbogen, afwisseling in dakvormen, de overhoeks geplaatste woningen op zeshoekige plattegrond als hoekoplossing en dit alles met classicerende details. De best bewaarde voorbeelden van Stuyts werk zijn in de Oostelijke Mijnstreek te vinden in Heerlen (Molenberg), Brunssum (De Egge en Rozengaard), Hoensbroek (Slakken-Horst-Metten, en Demm) en Voerendaal (Laurentiusplein en omgeving). Molenberg springt eruit door de grootte van de kolonie en de duidelijke manier van omgaan met hiërarchie binnen het mijnbedrijf en de uiting daarvan in stedebouw en architectuur.  

De Eerste Stap 

‘De Eerste Stap’ was de toepasselijke naam van het eerste woningbouwproject van Woningvereniging Hoensbroek, deeluitmakend van ‘Ons Limburg’. Dit waren de eerste honderd woningen van de kolonie Slakken-Horst-Metten, gelegen aan de zuidzijde van het dorp Hoensbroek. Het totaal aantal woningen zou tussen 1913 en 1922 uitgroeien tot 262, maar sinds de sloop van de woningen aan de Mettenstraat zijn er nog 190 behouden gebleven.

De woningen zijn over het algemeen tweelaags. De gemiddelde inhoud van de woningen van ‘De Eerste Stap’ is 299m³, een maat die in het in 1964 verschenen boekje over de woningbouwvereniging ‘Ons Limburg' als zeer redelijk werd bestempeld. Kenmerkend detail dat bij veel van Stuyts gebouwen terugkeert, ook bij villa’s en kerken, zijn de zwart-witte tegeltjes, hier aangebracht op de kopgevels van de huizenblokken. Een klein dakruitertje op het dwarsgeplaatste huizenblokje aan het Pastoor Röselaersplein, de drie verspringende huizen met ieder een eigen schilddak in de bocht van de Houwerslaan-Burgemeester Bosstraat en verschillende dakvormen –schilddaken, mansardekappen, zadeldaken en afgewolfde zadeldaken- verlevendigen het wijkje. Kenmerkend waren de inmiddels verdwenen toegangspoortjes met de tekst ‘De 1ste Stap’ over de Van Rossumstraat en de Burgemeester Bosstraat, die de kolonie een besloten karakter gaven.

 Eerste Stap

 

Kolonie Molenberg (1915-1930) te Heerlen 

Op basis van zijn niet gerealiseerde ontwerp voor Tuinstad Sint-Jans-Geleen kwam in drie stadia de grote kolonie Molenberg met 710 woningen en 18 winkels tot stand. De bewoners vormden een gemengde bevolking; timmerlieden, schilders, bureaubeambten, onderwijzers, mijnwerkers, opzichters, bankwerkers en boekhouders. 
De huizen uit het eerste en tweede stadium dateren respectievelijk uit 1915 en 1919-1920. De eerste groep van 57 woningen is gesloopt. De panden uit de eerste fases werden gebouwd langs de Dr. Schaepmanstraat, de Hendrik van Veldekestraat, de Joost van Vondelstraat en de Kerkraderweg. De laatste 129 woningen werden respectievelijk gerealiseerd in 1926-1927 naar ontwerp van W. Tap, en in 1930 in eigen beheer van de woningstichting. In 1977 en 2005 werd de wijk gerenoveerd.
In het ‘Verslag van den toestand der Vereeniging en hare verrichtingen over het afgelopen boekjaar 1918’ meldt het bestuur: ”...de bewoners zijn in het algemeen zeer tevreden over de gezonde en geriefelijke woningen. De nieuw bebouwde weg, op het laatst dezes jaars electrisch verlicht, leidende naar onze woningen op de Molenberg, benevens de in aanbouw zijnde hulpkerk (bij het Patronaat), zijn voor onze bewoners van veel gemak. Bovendien dragen de nieuwe villa’s in de onmiddellijke omgeving, het mooie uitzicht en de gezonde ligging het hunne bij tot verhooging van de waarde van de gestichte en nog te stichten woningen onzer vereeniging.” 

De plattegrond laat een wijk zien die op een nagenoeg vierkant terrein is aangelegd. Soortgelijke wijken als bijvoorbeeld Versiliënbosch (Heerlerheide) van Jos. Cuypers vertonen overeenkomsten wat  betreft het stratenplan waarin een A-vorm zichtbaar is. Vaak ligt er aan de punt van de ‘A’ een vierkant pleintje of huizenblok. Dit motief komt al voor in de Engelse tuinsteden. In de mijnwerkerskoloniën had een dergelijk stratenpatroon als voordeel dat de wijk door deze straten grotendeels te overzien was. Wat betreft de architectuur is in Molenberg de hand van Stuyt direct herkenbaar. Zijn voorliefde voor classicerende motieven blijkt hier duidelijk. Pilasters, lisenen en klassieke deuromlijstingen komen veelvuldig voor. Daarnaast  zijn de gepleisterde topgevels of bovenverdiepingen kenmerkend voor mijnhuizen van Stuyt. De schuin geplaatste zeshoekige twee-onder-een-kap-woning, waarvan de zijmuren de loop van de straten volgen, als oplossing voor de straathoeken, paste Stuyt eveneens veelvuldig toe; onder andere in de koloniën Bautsch (Heerlerbaan), waarvan slechts twee woon-winkelpanden resteren en in De Egge (Brunssum).  Molenberg is een duidelijk voorbeeld een hiërarchische stedenbouwkundige planning. De Directeursvilla staat prominent aan een uitvalsweg van Heerlen, de Akerstraat. Via een kronkelende weg die tegen de Molenberg omhoog loopt en waarlangs villa’s voor het hogere personeel werden gebouwd, is de achter de heuveltop gerealiseerde mijnkolonie bereikbaar. Op deze wijze konden de mijnwerkers in de gaten gehouden worden door het hogere personeel. 

Molenberg

 

De Egge (1920) te Brunssum 

In het najaar van 1919 raakte de woningbouw door ‘Woningvereniging Brunssum’ in een tweede fase. Bij Koninklijk Besluit werd de gemeente Brunssum een voorschot verleend voor de bouw van 240 woningen in De Egge. Voorwaarde was wel dat er veertien winkelhuizen in het plan zouden worden opgenomen. Dit aantal werd uiteindelijk gereduceerd tot vier. Op 24 februari 1920 werd de bouw aan aannemer A. Deckers te Heerlen gegund.

De Egge is tegenwoordig een sterk gerenoveerde kolonie met een geheel andere opzet dan de hiervoor genoemde koloniën. Het meest opvallende verschil is het grondplan; was ‘De Eerste Stap’ onregelmatig van stratenpatroon en vertoonde  Molenberg hierin de A-vorm, De Egge is op het eerste gezicht bijna streng geometrisch en symmetrisch opgezet. Twee lange assen waarvan er een het centrale pleintje doorsnijdt, vormen de basis van deze kolonie op rechthoekige plattegrond waarbinnen nagenoeg alle straatjes loodrecht op elkaar staan. Vergeleken met andere Stuyt-koloniën is te zien dat dezelfde woningtypen zijn gebruikt, met dezelfde decoraties door middel van gepleisterde topgevels. Wat in geen andere kolonie nog zo goed bewaard bleef als hier  zijn de muren met afsluitbare poorten tegen ongewenst bezoek achterom.

 De Egge

 

Koloniën van Jos. Cuypers 

Minder productief dan zijn oud-compagnon Stuyt, maar niet onbelangrijk om te noemen is Jos. Cuypers. Zoals gezegd heeft hij zich net als Stuyt toegelegd op een stedenbouwkundige planning voor de gehele regio. Stuyt vatte zijn ideeën samen in Molenberg en bouwde verspreid over de gehele mijnstreek vele koloniën. Cuypers echter heeft misschien wel meer bereikt op het gebied van regioplanning. Hij maakte bijvoorbeeld het bebouwingsplan langs de verbindingsweg Heerlen-Brunssum voor Heksenberg, Versiliënbosch en Langeberg. Toch bleven ook dit losse koloniën langs de doorgaande weg. Pas in een later stadium groeide de losse woninggroepen min of meer aan elkaar. Omdat de door nationaal-socialistische ideeën geïnspireerde Maria-Christinawijk ten noorden van Heksenberg nimmer werd voltooid, gaapt een groot gat tussen Heksenberg en Versiliënbosch. Wat betreft de architectonische detaillering verschillen de huizen van Cuypers enigszins van die van Stuyt. De opzet van de woningen echter is niet anders en ook de stedenbouwkundige opzet is vergelijkbaar. Twee voorbeelden in Heerlen laten dit zien. De plattegrond van Versiliënbosch met 282 woningen uit 1920 vertoont overeenkomsten met het stratenpatroon van Molenberg. Passart-Nieuwenhagen bij Hoensbroek (1912-1918) met 166 woningen is verwant aan bijvoorbeeld De Egge van Stuyt, met een rechthoekig pleintje in het midden. Beide koloniën werden gerealiseerd in opdracht van ‘Ons Limburg’ voor woningvereniging ‘De Volkswoning’. De voornamelijk eenlaags woningen in Versiliënbosch zijn uitgevoerd met decoraties in verschillende kleuren baksteen. In gecementeerde vlakken zijn benamingen als ‘Magazijn’, ‘kantoor’ en ‘Woningvereniging De Volkswoning’ en het jaartal 1920 aangebracht. Hoofdzakelijk werden in de gehele wijk zadeldaken toegepast, maar verschillende dakhoogten verlevendigden het beeld. De combinatie van zadeldaken en schilddaken in Passart-Nieuwenhagen is vergelijkbaar met hoe Stuyt deze vormen toepaste: Hoger opgetrokken hoekpanden met schilddaken worden verbonden met een zadeldak. In een aantal gevallen werden de blokken ook in het midden onderbroken door een verhoogde woning met schilddak. De tussenliggende woningen hadden afwisselend dakkapellen en steekkappen. Langs de ontsluitingsweg kregen de gevels een streekeigen element mee: De klokgevel zoals die ook voorkwam aan de oude kastelen en kasteelhoeves.Bij enkele woningblokken in Versiliënbosch lijkt de schoorsteen een prominentere rol aan te gaan nemen in de architectuur. Mogelijk is dit al een aankondiging van de volgende generatie ontwerpers voor ‘Ons Limburg’: Boosten, Drummen en Knipschild.

  Versiliënbosch

 

Laatst aangepast ( vrijdag, 18 april 2008 13:40 )
 
 
Banner